Met een boek de tank in

“De specialist adviseert me 7 weken zuurstoftherapie, hij zegt dat ik geen genoegen moet nemen met de restpijn, maar…..“

Ik luister naar een 49-jarige vrouw. Ze vertelt over haar leven nu, anderhalf jaar na afronding van een succesvolle behandeling van een agressieve vorm van borstkanker. Ze zorgt weer volop voor haar twee kinderen, bouwt aan haar werkuren, heeft hobby’s en een druk sociaal leven. Ze hoort dagelijks dat ze er zo goed uitziet.

Maar ze heeft ook dagelijks pijn. In haar arm, haar handen, haar voeten. “De arts zegt dat.., maar..”. Ik spits mijn oren, ik weet het, nu komt er een dilemma dat ik vaker gehoord heb. Het lijkt zo makkelijk: er is een behandeling die je pijn misschien kan verlichten, natuurlijk kies je daarvoor. Maar, zo makkelijk is die keuze niet. Zeker niet voor iemand die gewend is om zich aan te passen, die vooral geen last voor anderen wil zijn.

“Ik kan het niet maken naar mijn werk, ik heb ze al zoveel last gegeven de afgelopen twee jaar, ik wil ze echt niet weer 7 weken op achterstand zetten” is de eerste drempel die ze voor zichzelf opwerpt. En er volgen er meer: “Ik lees op internet verhalen van mensen die het veel harder nodig hebben dan ik. Ik kan best leven met de pijn, als het moet, ik mag blij zijn dat ik nog leef. En trouwens, het schijnt niet eens altijd iets op te leveren, die therapie”.

Als we doorpraten komt ook nog een andere drempel in beeld; ze ziet er tegenop om weer patiënt te zijn “het was zo intens die periode na de diagnose, de angst, het verdriet van mijn omgeving”. Ze wil het niet meer voelen. Ze wil vooruit. Maar de arts heeft ook een luikje geopend: Stel, de behandeling slaat wel aan. Hoe heerlijk zou het zijn om weer gewoon te kunnen doen, zonder steeds weer op de rem te moeten. Het is een luikje naar een diep verlangen, naar hoop op een beter herstel.

Ik nodig haar uit om haar eigen gedachten te bevragen, om contact te maken met haar lichaam en haar pijn. Om met een milde en open blik te kijken naar het voorstel van de arts. En vooral, om zichzelf het beste te gunnen, belangrijk te zijn. Zo werken we aan het verbeteren van haar zelfzorg, aan leren grenzen stellen en tijd voor zichzelf te nemen. Doelen die we eerder samen in haar behandelplan hebben opgenomen.

Het ‘ja, ik wil het doen’ wordt steeds sterker. Ze mag voor zichzelf kiezen. Niet weten of het werkt, maar die kans op een leven met minder pijn grijpen. Bij het weggaan vertrouwt ze me toe dat ze stiekem al bedacht had dat het ook wel een luxe is: 5x per week bijna 2 uur voor zichzelf. ”Ik neem lekker een boek mee in de tank”, zegt ze met een bevrijdende lach.

Ik zie de voorpret.

dr. Maja Stulemeijer, klinisch psycholoog/ psychotherapeut FortaGroep de Vruchtenburg