Geen opioïden

“Ik wil geen opioïden!” Kreunend van de pijn en met ingevallen ogen kijkt mijn vriendin me vermoeid aan. “Dan val ik in slaap en ik wil tot aan het eind erbij blijven”.Vertwijfeld zoek ik naar de woorden om haar te laten inzien dat de verschrikkelijke pijnen die ze overal in haar lichaam voelt verzacht kunnen worden. En dat ze dan misschien in staat is om de nabijheid van haar drie lieve maar drukke kinderen langer dan twee minuten te verdragen. En dat ze dan mogelijk beter de brieven kan schrijven als afscheid, voor haar kinderen maar ook voor haar echtgenoot. 

Het is een gesprek dat al maanden eerder gevoerd is, toen we samen op een bankje in het museumpark zaten. Zij met haar driejarige jongste op haar schoot, die wel wilde hangen bij haar maar niet slapen. En ik, met in mijn gedachten de lijdensweg die zij en haar gezin nog te wachten stond.

Daar zit ik dan met al mijn jaren ervaring als verpleegkundig pijnconsulent in een academisch ziekenhuis. Ik heb jaren lang patiënten met kanker ontmoet, verpleegd, getroost, moed ingesproken en informatie gegeven. Ik heb patiënten in hun laatste levensfase met veel pijn zien opknappen na een goede pijnbehandeling. Ik geef les aan pijnconsulenten in opleiding over het belang van het goed informeren van patiënten en het goed uitvragen van de pijn om de behandeling aan te laten sluiten bij de wens van de patiënt. Ik kan het niet aanzien dat mijn vriendin zo veel pijn heeft.

Ik geef het niet op. De met spoed opgeroepen arts van de huisartsenpost zit naast mijn vriendin en vraagt invoelend hoe het met haar gaat. Zou ze aangeven dat ze zoveel pijn heeft? Voorzichtig opper ik een behandelvoorstel zonder opioïden. Maar nee, de arts ziet een behandeling met een lokale zenuwblokkade niet zitten. Ik vraag me af of hij weet wat dit is en hoe hij het moet regelen. Ik zie hem de afweging maken tussen investering en opbrengst. Mijn vriendin zakt vermoeid terug in de kussens en meldt dat ze het zo vast wel kan volhouden. Opgelucht knikt de arts en neemt afscheid, een recept voor nog meer opioïden achterlatend. Wanhopig kruist mijn blik die van haar echtgenoot, ook een goede vriend van mij. En ik voel me machteloos in hun pijn en verdriet.

Een maand later overlijdt ze, een uitgeteerde schim van wat ooit een prachtige levendige vrouw was. Een oermoeder. Ze is er tot op het einde bij geweest, zoals haar wens was. Het voelt voor mij alsof ze onnodig veel geleden heeft, maar misschien was het voor haar een manier om los te laten? Geen opioïden meer.

Rianne van Boekel, voorzitter V&VN Pijnverpleegkundigen & verpleegkundig pijnconsulent Radboudumc