Column

Helaas zien we in de praktijk regelmatig patiënten met continue pijn door de gevolgen van kanker. Dit kan direct door de kanker komen of bijvoorbeeld in de vorm van zenuwpijn door beknelling van een zenuw. Gelukkig kan de pijn vaak wel behandeld worden met medicatie of indien mogelijk door middel van een zenuwblokkade. Maar wat de oorzaak en bijbehorende behandeling ook is, de invloed die de pijn heeft op de kwaliteit van leven van deze mensen is onvoorstelbaar groot. Ook voor mij als behandelend dokter kun je je eigenlijk niet voorstellen wat continu pijn hebben doet met een mens. Het is vreselijk!

Als je diepgaand in gesprek gaat met de patiënt kom je erachter dat het hebben van chronische pijn invloed heeft op alle facetten van het leven. Pijn vreet energie, maakt je afhankelijk en ontneemt de zin om ook maar iets te ondernemen. Mensen kunnen jaren lang hebben genoten van lekker eten en drinken. Helaas is dit er nu vaak niet meer bij. Mensen hebben geen zin meer om te eten en bovendien smaakt het helemaal nergens meer naar. Maar, nog los van alle lichamelijke bezwaren van het hebben van pijn vergeten we soms het belangrijkste eigenlijk nog: de emotionele en psychische gevolgen van het hebben van continue pijn. Want deze gevolgen zijn groot en worden niet altijd even goed op waarde geschat.

“Ik wil geen opioïden!” Kreunend van de pijn en met ingevallen ogen kijkt mijn vriendin me vermoeid aan. “Dan val ik in slaap en ik wil tot aan het eind erbij blijven”. Vertwijfeld zoek ik naar de woorden om haar te laten inzien dat de verschrikkelijke pijnen die ze overal in haar lichaam voelt verzacht kunnen worden. En dat ze dan misschien in staat is om de nabijheid van haar drie lieve maar drukke kinderen langer dan twee minuten te verdragen. En dat ze dan mogelijk beter de brieven kan schrijven als afscheid, voor haar kinderen maar ook voor haar echtgenoot. 

Het is een gesprek dat al maanden eerder gevoerd is, toen we samen op een bankje in het museumpark zaten. Zij met haar driejarige jongste op haar schoot, die wel wilde hangen bij haar maar niet slapen. En ik, met in mijn gedachten de lijdensweg die zij en haar gezin nog te wachten stond.

Daar zit ik dan met al mijn jaren ervaring als verpleegkundig pijnconsulent in een academisch ziekenhuis. Ik heb jaren lang patiënten met kanker ontmoet, verpleegd, getroost, moed ingesproken en informatie gegeven. Ik heb patiënten in hun laatste levensfase met veel pijn zien opknappen na een goede pijnbehandeling. Ik geef les aan pijnconsulenten in opleiding over het belang van het goed... Lees verder

18 seconden is wat een dokter gemiddeld aan tijd nodig heeft om te begrijpen waarvoor een patiënt op het spreekuur komt. Een Amerikaans onderzoek uit 2011 toont aan dat artsen na 18 seconden het verhaal van een patiënt onderbreken omdat zij al een diagnose hebben en zich al gaan richten op een voorstel voor een behandelplan.

Aan de ene kant moet ik zeggen da’s knap. Daar gaat toch wel wat aan studie aan vooraf. Aan de andere kant geeft het te denken: 18 seconden, hoeveel tijd heeft u nodig om gehoord te worden? Er zijn immers al (ruim!) 18 seconden voorbij nu u deze zin leest. Als uw dokter 18 seconden nodig heeft om te denken dat hij weet waarvoor u komt, kunt u dan in 18 seconden duidelijk maken dat dat klopt? Hebt u dan alles gezegd wat u wilde zeggen? U wel natuurlijk, want u bent een ‘mondige patiënt’ en durft vragen te stellen. Toch? Maar dat valt tegen. Twee procent van alles wat tussen arts en patiënt besproken wordt is op basis van vragen die patiënten stellen, nog geen vier vragen per consult. De manier waarop wij in de gezondheidszorg met elkaar communiceren, liep als rode draad door de eerste gesprekken die ik voerde met Ernst Daniel Smid. In het begin was ik daar toch wel sceptisch over. Immers, dat kan toch niet waar zijn? Wij dokters zullen toch wel luisteren, en horen wat uw probleem is?

Ik ben in de contacten op onze polikliniek daarop gaan letten, en wat denkt u? Het klopt als een bus, ik weet niet of het precies 18 seconden zijn of niet, maar toch niet heel veel meer. Natuurlijk zijn daar wel redenen voor aan te wijzen: druk druk ...... Lees verder